Dagelijks worden in het St. Elisabeth ziekenhuis te Tilburg veel zorgtechnische hulpmiddelen gebruikt. De meeste voor eenmalig gebruik. Een aantal wordt na gebruik bij een patiënt gereinigd en indien nodig ook gedesinfecteerd en/of gesteriliseerd. Of een zorgtechnisch hulpmiddel goed gereinigd is, wordt op dit moment in het St. Elisabeth ziekenhuis bepaald via visuele waarnemingen en af en toe door het nemen van kweken. Het reageren op visuele verontreiniging kan snel, maar een oppervlak is nu eenmaal niet pas verontreinigd als het visueel verontreinigd is. Het afnemen van kweken is precies, maar het duurt lang voordat er een uitslag is en het is redelijk kostbaar.

In de voedselindustrie wordt gebruik gemaakt van ATP meting om de mate van verontreiniging vast te stellen. ATP meting is een meer objectieve methode ten opzichte van visuele waarneming. Een onderzoek in Engeland in verschillende ziekenhuizen heeft aangetoond dat ATP meting ook gebruikt kan worden op verpleegafdelingen om de kwaliteit van reiniging rondom het bed van de patiënt vast te stellen.

Dit onderzoek geeft inzicht in de mogelijkheid ATP meting in te zetten bij controle op de naleving van de vastgestelde procedure “reiniging zorgtechnische hulpmiddelen”. Het heeft daarbij als doel op een kwalitatief goede manier vast te stellen of een zorgtechnisch hulpmiddel voldoende gereinigd is na gebruik bij een patiënt.

De afdeling Infectiepreventie heeft de beschikking over een ATP meter. Voor dit onderzoek is op 9 verpleegafdelingen van het St. Elisabeth ziekenhuis te Tilburg ATP gemeten op infuuspompen en infuuspalen in gebruik bij een patiënt. Direct na het meten is de infuuspomp of infuuspaal gereinigd (volgens een gestandaardiseerde methode) waarna opnieuw een ATP bepaling is gedaan.

In totaal zijn 77 zorgtechnische hulpmiddelen getest. 44 infuuspompen en 33 infuuspalen. Dit onderzoek zal dan ook voor het St. Elisabeth ziekenhuis als 0-meting moeten worden beschouwd om verdere normbepaling mogelijk te maken.
De mediaan genomen over de waarden van infuuspompen en infuuspalen, laat 675 Relative Light Units (RLU) zien voor reiniging terwijl de mediaan na reiniging 109 RLU is. Dit is een daling van 83,9%. De interkwartielrange (IQR) over beide zorgtechnische hulpmiddelen is vóór reiniging 1327 en ná reiniging 146. De mediaan voor infuuspompen vóór reiniging is 652 RLU (IQR 563) en ná reiniging 82 RLU (IQR 135). Voor de infuuspalen is de mediaan vóór reiniging 794 RLU (IQR 2828) en ná reiniging 122 RLU (IQR 375).

Dat ná reiniging de ATP waarde niet altijd onder een bepaalde waarde uitkomt, hangt samen met de waarde vóór reiniging. Hoe hoger de ATP waarde vóór reiniging, hoe hoger de ATP waarde ná reiniging. Wordt hierna nogmaals gereinigd, daalt de ATP waarde verder. Dit toont aan dat het niet reinigen of verkeerd reinigen een cumulatief effect heeft op de ATP waarde.

Het meten van de ATP waarde van zorgtechnische hulpmiddelen is een goede manier om te meten of op een juiste manier gereinigd is. Indien een waarde hoog zal uitvallen kan dit twee oorzaken hebben. Het hulpmiddel is niet op een juiste manier gereinigd na gebruik bij de patiënt of het hulpmiddel is in een eerder stadium niet op een juiste manier gereinigd.

Uitgaande dat in dit onderzoek geen kritische afdelingen zijn meegenomen zou de grenswaarde gesteld kunnen worden op 250-300 RLU bij zorgtechnische hulpmiddelen.

Klik hier voor het volledige onderzoeksverslag

 

Print Friendly, PDF & Email