Het beleid van de afdeling Infectiepreventie is er op gericht om zorgverleners te adviseren en te ondersteunen bij het uitvoeren van het infectiepreventiebeleid. In praktijk blijkt echter dat er hiaten zijn bij de uitvoering van infectiepreventiemaatregelen. Dit wordt geconstateerd tijdens audits, bij bezoek aan de verpleegafdelingen en bij (telefonische) advisering. Deze hiaten kunnen grote gevolgen hebben voor de patiëntveiligheid. Het niet of niet op de juiste manier uitvoeren van de maatregelen kan zorgen voor verspreiding van (resistente) micro- organismen. Dit kan leiden tot zorggerelateerde infecties met (resistente) micro-organismen.

De afdeling Infectiepreventie vraagt zich af of deze hiaten ontstaan door onvoldoende kennis. Om deze vraag te kunnen beantwoorden is besloten onderzoek te doen naar de kennis op het gebied van infectiepreventie. Niet eerder is een dergelijk onderzoek onder de medewerkers verricht. Deze kennistoets is een nulmeting. Het onderzoek richt zich op vier onderwerpen: handhygiëne, algemene voorzorgsmaatregelen, isolatiemaatregelen en reiniging- en desinfectiebeleid. Dit zijn de pijlers van infectiepreventie waarmee de medewerkers op alle afdelingen waar het onderzoek plaats vindt regelmatig mee in aanraking komen.

De gebruikte methode van onderzoek is een kennistoets over de vier onderzoeks- onderwerpen en bekendheid van de protocollen van de afdeling Infectiepreventie. Bovendien is er een mogelijkheid geboden om belemmerende factoren bij de uitvoering van de infectiepreventiemaatregelen aan te geven.

De onderzoekspopulatie zijn verpleegkundigen, leerlingverpleegkundigen, (leerling-) anesthesie-medewerkers, (leerling-) operatieassistenten en zorgassistenten en servicemedewerkers. In totaal zijn 464 medewerkers uitgenodigd om aan het onderzoek deel te nemen, 198 medewerkers hebben het onderzoek ingevuld. De respons is daarmee uitgekomen op 42,9%. Het onderzoek heeft plaatsgevonden van 7 januari tot en met 7 februari 2013.

De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn:
– De gemiddelde uitkomst ligt op de grens van voldoende en onvoldoende.
– Per onderwerp worden uitschieters gezien, zowel opvallend voldoende als onvoldoende beantwoorde vragen. De vraag: ‘Wanneer wordt handhygiëne toegepast d.m.v. handen wassen in plaats van handdesinfectie’ wordt opvallend goed beantwoord. Opvallend slecht wordt de vraag beantwoord: ‘Welke handhygiënemaatregel is van toepassing bij een patiënt met Clostridium difficile’.
– Van de geënquêteerden geeft 49% aan dat er belemmerende factoren meespelen bij het uitvoeren van de infectiepreventiemaatregelen. De meest genoemde belemmerende factor is werkdruk.
– Gebruik van DKSe (document beheersysteem van het ZMC) en het opzoeken van protocollen van de afdeling Infectiepreventie is voor de meeste medewerkers duidelijk. Zorgwekkend is echter dat ruim 70% van de zorgassistenten, servicemedewerkers en (leerling-)operatieassistenten aan geven geen gebruik te maken van de protocollen.

Aanbevelingen zijn er op gericht het kennisniveau te vergroten door middel van scholing en gericht te zoeken naar oplossingen voor de belemmerende factoren. Vervolgonderzoek na implementatie van de aanbevelingen zal nieuw inzicht moeten verschaffen naar de effectiviteit van de ingezette interventies.

Klik hier voor het volledige onderzoeksverslag

Auteurs: Astrid van Lingen en Annemieke de Gooijer, Zaans Medisch Centrum Zaandam.


Print Friendly, PDF & Email