Doel. Nagaan of preoperatief ontharen in regio Leiden en Den Haag volgens protocol, zoals beschreven in het VMS thema “voorkomen van wondinfectie na een operatie”, wordt uitgevoerd en vastgelegd.
Opzet. Inventariserend.
Methode. Aan deskundigen infectiepreventie van acht ziekenhuizen in regio Leiden en Den Haag werd een enquête gestuurd met vragen over uitvoering preoperatief ontharen volgens protocol zoals beschreven in het VMS thema “voorkomen van een wondinfectie na een operatie”. Er werd onder andere gevraagd naar registratie uitvoering en tijdstip preoperatief ontharen, actief informeren van patiënten op gevaar zelf ontharen en inzicht aanwezigheid scheermesjes op verpleegafdelingen en operatiekamer. De vragen betroffen de operaties mastectomie met en zonder okselkliertoilet, colonresectie, totale heup en totale knie.
Resultaten. Alle ziekenhuizen hebben respons gegeven op de vragen (100%) .
Vier ziekenhuizen registreren tijdstip en werkwijze preoperatief ontharen (50%) in een ziekenhuissysteem.
Dit gebeurt niet bij alle operaties (75%), vanwege ontbreken van lichaamshaar in het operatiegebied.
De helft van de ziekenhuizen informeert de patiënt actief over gevaar zelf ontharen (50%). De meeste ziekenhuizen (88%) doen dit mondeling. Preoperatief ontharen wordt in alle ziekenhuizen uitgevoerd volgens protocol VMS thema “voorkomen van een wondinfectie na een operatie”.
In drie ziekenhuizen (37,5%) ontbreekt een goed registratiesysteem. Veel ziekenhuizen (88%) hebben geen inzicht op aanwezigheid van scheermesjes op verpleegafdelingen en operatiekamers.
Conclusie
Registratie is de eerste stap ter verbetering van processen. Door afwezigheid van een goed registratiesysteem ontbreekt controle of ontharen gebeurt volgens protocol. Hierdoor is het moeilijk verbeteringen door te voeren en patiëntveiligheid te optimaliseren.

 

———————–

Inleiding
In 2008 startte het VMS Veiligheidsprogramma1. Dit programma, dat tot 2013 duurde, ondersteunde de Nederlandse ziekenhuizen op gebied van patiëntveiligheid. Doel van het programma was dat ziekenhuizen per 31 december geaccrediteerd zijn of een gecertificeerd veiligheidsmanagementsysteem (VMS) hebben.
De eerste van tien thema’s dat werd geïntroduceerd was het thema “voorkomen van een wondinfectie na een operatie”. Een expertteam heeft op basis van richtlijnen van de WIP (Werkgroep Infectiepreventie) en de SWAB (Stichting werkgroep antibioticabeleid) vier interventies gedefinieerd. Eén van de vier interventies is betreft preoperatief ontharen volgens protocol. De chirurg bepaalt of het operatiegebied onthaard wordt of niet. Indien ontharen noodzakelijk is, moet dit zo kort mogelijk voor operatie plaatsvinden. Ontharing vindt plaats door middel van een tondeuse en niet met een scheermes, omdat de kans op een wondinfectie bij gebruik van een scheermes wordt vergroot2,3. Het is essentieel om het registreren van preoperatief ontharen vast te leggen in een, al dan niet geautomatiseerd, ziekenhuissysteem. Zo ontstaat een controlemoment om te checken of het haar verwijderd is, op welke wijze en op welk tijdstip.
Onderzocht is de stand van zaken met betrekking tot het uitvoeren en registratie preoperatief ontharen volgens protocol in regio Leiden en Den Haag.

Methode
Aan deskundigen infectiepreventie van acht ziekenhuizen, zeven algemene ziekenhuizen en één universitair ziekenhuis, in regio Leiden en Den Haag werd een enquête gestuurd over registratie en uitvoeren protocol preoperatief ontharen zoals beschreven in het VMS thema “voorkomen van een wondinfectie na een operatie Gevraagd werd naar methode en tijdstip preoperatief ontharen en of dit werd geregistreerd.

Ook werd een vraag gesteld gevraagd over inzicht over aanwezigheid scheermesjes op verpleegafdelingen en operatiekamers en over actief informeren van patiënten op gevaar zelf ontharen. Vragen betroffen de operaties mastectomie met en zonder okselkliertoilet, colonresectie, totale heupvervanging en totale knievervanging

Resultaten
Alle ziekenhuizen stuurden de vragenlijst terug. Eén van de ziekenhuizen had vrijwel bij alle vragen ‘weet niet / onbekend’ geantwoord.
Vier ziekenhuizen of preoperatief ontharen uitgevoerd wordt volgens protocol (50%; tabel 1). Van deze ziekenhuizen registreert één ziekenhuis alle in de enquête gevraagde operaties. De overige drie ziekenhuizen registreren niet bij operaties mamma’s met en zonder okselkliertoilet en totale heup vervangen omdat zich in deze operatiegebieden geen lichaamsharen bevinden.
Ziekenhuizen die niet registreren (n=3/37,5%) doen dit vanwege ontbreken van een valide registratie systeem of geven aan niet te weten of geregistreerd wordt (n=1/12,5%).
In alle ziekenhuizen worden patiënten, indien noodzakelijk, preoperatief onthaard volgens protocol (100%). Ontharing gebeurt in de meeste ziekenhuizen op de operatiekamer (n=6/75%). De meeste ziekenhuizen informeren patiënten actief op gevaar zelf ontharen (n=7/88%). Dit gebeurt in veel gevallen mondeling.
Slechts één ziekenhuis heeft inzicht op aanwezigheid van scheermesjes op verpleegafdelingen en operatiekamers (n=1/12,5%). Dit wordt gecontroleerd via afdeling inkoop.
Bijzonder is dat één ziekenhuis de vragen preoperatief ontharen wordt geregistreerd, ontharing volgens protocol en actief informeren van patiënt op zelfontharing beantwoord met nee of weet niet. Ook is geen inzicht op aanwezigheid van scheermesjes op verpleegafdelingen of operatiekamers.

 

n(%)

Registreert u uitvoering preoperatief ontharen?

  • Ja
  • Nee
  • Weet niet

 

4(50)
3(37,5)
1(12,5)

Hoeveel patiënten worden, indien noodzakelijk, onthaard volgens protocol?

  • 100 %
  • 50-100%
  • <50%


 

8(100)
0(0)
0(0)

Waar vindt preoperatief ontharen plaats?

  • Operatiekamer
  • Verpleegafdeling
  • Weet niet

 

6(75)
1(12,5)
1(12,5)

Informeert u patiënten actief op gevaar zelf ontharen?

  • Ja
  • Nee
  • Weet niet

 

7(88)
0(0)
1(12)

Hoe informeert u patiënten op gevaar zelf ontharen?

  • Mondeling
  • Schriftelijk
  • Weet niet

 

6(75)
1(12,5)
1(12,5)

Heeft u inzicht op aanwezigheid van scheermesjes op verpleegafdeling en operatiekamer?

  • Ja
  • Nee


 

1(12,5)
7(87,5)

 

Beschouwing

Het Veiligheidsmanagementsysteem vormt het systeem waarmee ziekenhuizen continue risico’s signaleren, verbeteringen doorvoeren en beleid vastleggen, evalueren en aanpassen. Patiëntveiligheid is in dit systeem vastgelegd.

Uit de enquête, verspreid onder acht ziekenhuizen in de regio Leiden en Den Haag, blijkt dat de helft van de ziekenhuizen (50%) preoperatief ontharen niet registreert vanwege ontbreken  van een goed registratiesysteem. Opvallend is dat deze ziekenhuizen, ondanks gebrek aan registratie, aangeven dat ontharen volgens protocol wordt uitgevoerd. Op één ziekenhuis na blijkt geen inzicht te zijn op aanwezigheid van scheermesjes op verpleegafdeling of operatiekamers (87,5%).

Door het niet registreren in hoeverre preoperatief ontharen uitgevoerd wordt volgens protocol en door afwezigheid op controle van scheermesjes op verpleegafdeling of operatiekamer kunnen risico’s van zelf of onjuist ontharen niet worden gesignaleerd. Hierdoor kunnen interventies niet of niet juist worden uitgevoerd.

Om postoperatieve wondinfecties te voorkomen is inzicht in het eigen handelen cruciaal.Daarvoor is het noodzakelijk dat ziekenhuizen verplicht zouden moeten zorgen voor een, al dan niet geautomatiseerd, valide registratiesysteem. Ook is inzicht in de aanwezigheid van scheermesjes op verpleegafdeling of operatiekamer van groot belang. In samenwerking met de afdeling inkoop is dit goed te realiseren. Concreter beleid is daarom zeer gewenst om patiëntveiligheid te waarborgen.

Auteur

G.M.M Lelieveld-Vroom, deskundige infectiepreventie.
Alrijne Ziekenhuis, locatie Leiderdorp. Afdeling infectiepreventie:

Literatuur

1. www.vmszorg.nl

2. Niël-Weise BS, Wille JC, van den Broek PJ. Hair removal policies in clean surgery: 

    systematic review of randomized, controlled trials. Infect Control Hosp Epidemiol.  

    2005;26:923-8.

3. Walter A. Hall. To Clip or not to Clip, That is the Question?: World neurosurgery

    77 (2): 291-292. February 2012.

 

 

Print Friendly, PDF & Email