De verspreiding van resistente micro-organismen vormt een bedreiging voor de gezondheidszorg. De prevalentie van Bijzonder Resistente Micro-organismen (BRMO) is in zorginstellingen waar mensen langdurig verblijven hoger dan in de algemene populatie. Maatregelen tegen verspreiding van BRMO zijn vaak georganiseerd op het niveau van afzonderlijke zorginstellingen. Er vinden patiëntenstromen plaats tussen zorginstellingen, wat de verspreiding van BRMO tussen zorginstellingen vereenvoudigd. De toename van BRMO kan worden voorkomen door goed gebruik van antibiotica en een goed hygiënebeleid. In Nederland heeft de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) richtlijnen over infectiepreventie ontwikkeld voor zorginstellingen. De vraag is in hoeverre deze infectiepreventiemaatregelen toegepast worden in zorginstellingen, met name in het verpleeghuis en revalidatiecentrum. In dit rapport wordt een onderzoek beschreven dat is uitgevoerd in een verpleeghuis en een revalidatiecentrum en zoomt in op het vóórkomen van BRMO in de afgenomen kweken, de wijze van informatie overdracht van BRMO positieve cliënten tussen de zorginstellingen en het uitvoeren van de infectiepreventiemaatregelen conform de landelijke richtlijnen. De doelstelling is dat in oktober 2016 80% van de hygiëne- en infectiepreventiemaatregelen in de onderzochte revalidatiecentra correct wordt uitgevoerd.

Om een beeld te krijgen van het vóórkomen van BRMO zijn de uitslagen van ingestuurde kweken tussen juli 2013 en december 2015 bestudeerd. Van de 428 cliënten in deze studie, was 18,0% drager van een BRMO. Naast het bestuderen van de kweekresultaten zijn twee omgevingsaudits en vijf procesaudits over infectiepreventiemaatregelen bij BRMO positieve cliënten uitgevoerd.

Een van de belangrijkste infectiepreventiemaatregelen is het toepassen van handhygiëne. Voor de uitvoering van handhygiëne is het belangrijk dat er handalcohol beschikbaar is op de vijf momenten van handhygiëne. In de audits bleek dat de basisvoorzieningen zoals faciliteiten voor het uitvoeren van handhygiëne, aanwezig waren. In één revalidatiecentrum bleek dat de basisvoorzieningen aanwezig waren, maar waren er verschillende desinfectieproducten aanwezig waardoor niet duidelijk was welk product wanneer moest worden gebruikt. In beide revalidatiecentra was het proces rondom de reiniging en desinfectie van niet-cliëntgebonden materialen niet geborgd. De infectiepreventiemaatregelen werden niet in alle gevallen conform protocol uitgevoerd en niet alle protocollen waren volledig.

De bevindingen uit de omgevingsaudits zijn teruggekoppeld aan de contactpersonen van de revalidatiecentra waarop een verbeterplan is opgesteld. Tijdens de terugkoppeling bleek dat de infectiepreventiemaatregelen bij BRMO positieve cliënten niet altijd duidelijk waren waardoor deze niet correct werden uitgevoerd. Daarom is een instructiekaart BRMO ontwikkeld waarin voor medewerkers duidelijk is weergegeven of, en welke maatregelen genomen moeten worden bij welke BRMO.

In de nameting bleek dat de interventies een positief effect hebben gehad. De schoonmaak van niet- cliëntgebonden materialen is beter geborgd door de introductie van aftekenlijsten. De grote verbeteracties, zoals het opstellen van een goed desinfectiebeleid, zijn opgenomen in een verbeterplan.

De conclusie is dat de revalidatiecentra de basisvoorzieningen met betrekking tot hygiëne, zoals de faciliteiten voor het uitvoeren van een goede handhygiëne, op orde hebben. De doelstelling van 80% correcte uitvoeren van hygiëne- en infectiepreventiemaatregelen in oktober 2016 is niet behaald; in de nameting van de omgevingsaudit werd 36,6% en 54,5% van de infectiepreventiemaatregelen correct uitgevoerd. De nameting van de infectiepreventiemaatregelen bij BRMO positieve cliënten heeft niet plaats kunnen vinden. Er valt nog veel te verbeteren waarbij het met name gaat over het borgen van processen. 

Klik hier voor het gehele afstudeerverslag van Ilse Voortman-Hazelhorst

Print Friendly, PDF & Email