Probleem
Aan de hand van de uitkomsten van een IGZ-rapport in 2015 is het thema reiniging en desinfectie (r&d) gekozen als thema voor de afdeling Infectiepreventie en het CIP-netwerk (een netwerk van verpleegkundigen met infectiepreventie als aandachtsgebied in het VUmc).

Doel
De doelstelling van dit onderzoek is om eind 2016 een plan voor borging van de r&d van niet steriele medische hulpmiddelen (NSMH) voor alle verpleegafdelingen van het VUmc te presenteren. Daarnaast is de doelstelling dat een 60% score wordt gemeten bij de audits over reiniging en desinfectie na het geven van klinische lessen over deze onderwerpen.

Methode
Dit onderzoek is uitgevoerd met behulp van vragenlijsten aan het CIP-netwerk m.b.t. r&d van NSMH op de verpleegafdeling. Aan de hand van de uitkomsten van deze vragenlijsten zijn drie afdelingen uitgekozen om klinische lessen te geven over r&d. Deze afdelingen zijn na deze lessen geauditeerd over de daadwerkelijke uitvoer van de r&d. De score van de uitkomsten van de vragenlijsten is vergeleken met de uitkomsten van de audit op de werkwijze omtrent r&d om te onderzoeken of er een stijging was in de kennis van r&d.

Resultaten
Uit de inventarisatie naar de middelen bleek dat een grote verscheidenheid is aan middelen die beschikbaar zijn in het VUmc. De keuze voor r&d middelen voor de uitvoer was niet altijd conform de interne protocollen. De keuze voor reinigingsmiddel was in 77% van de gevallen correct, in de praktijk wordt  ook gebruik gemaakt van sanitairreiniger (9%), en alcohol 70% (14%). Voor desinfectie wordt in 57% van de gevallen een correct middel gebruikt, in de praktijk wordt er ook gebruik gemaakt van interieurreiniger, aseptix-doekjes, sanitairreiniger, etc.
De scores over de kennis van correcte middelen op de werkvloer wisselde per afdeling met een range van 32% tot 74%. De score van de kennis over correct gebruik van r&d middelen was na het geven van klinische lessen in alle drie de gevallen boven de beoogde 60%.

Conclusie
De conclusies van deze studie zijn dat de uitvoering van reiniging en desinfectie van NSMH beter wordt uitgevoerd bij aanwezigheid van een ZE-assistent. Op een afdeling waar r&d van NSMH is toebedeeld aan de verpleegkundigen wordt de frequentie volgens het interne protocol vaak niet gehaald. Redenen hiervoor zijn; geen prioriteit van de verpleegkundigen, tijdsdruk, niet zien van belang van goede reiniging en desinfectie, afwezigheid van aftekenlijsten.
Daarnaast vormt de brede keuze aan r&d-middelen in het VUmc een drempel voor goede kennis over deze producten. Inperken van de mogelijke te bestellen middelen zou onduidelijkheid en verwarring over de correcte te gebruiken middelen uit de weg kunnen nemen.
Voor de borging van r&d zou het invoeren van aftekenlijsten verplicht moeten worden voor alle afdelingen. Hiermee wordt een duidelijke taakstelling gecreëerd en wordt naleving van de afspraken vergemakkelijkt.
De doelstelling om tot een minimale score van 60% voor de reiniging en desinfectie van NSMH te komen is behaald. Ook kan worden gesteld dat de klinische lessen hebben bijgedragen aan een betere kennis over reiniging en desinfectie op de verpleegafdelingen. De overall scores die na de klinische lessen werden verkregen waren allemaal gestegen. Het geven van klinische lessen over reiniging- en desinfectie van NSMH moet opgenomen moeten in het periodieke scholingsprogramma voor verpleegkundigen en ZE-assistenten.

Klik hier voor het gehele afstudeerverslag van Maike Koningstein

Print Friendly, PDF & Email