Naam: Tineke Emans.

Start:
In 1995 heb ik mijn diploma deskundige infectiepreventie behaald. Ik zou de deskundige infectiepreventie in die tijd waarnemen voor een periode van drie maanden, maar uiteindelijk werd die periode bijna drie jaar en vond ik het vak wel zo leuk om de opleiding te gaan volgen bij het Stuna instituut in Breda. Niet lang na m’n diplomering ben ik weer gaan werken als verpleegkundig teamleider op afdeling cardiologie. Daar lag m’n hart destijds nog iets meer dan bij ziekenhuishygiëne. In die tijd was Paul van Wijk, nu senior inspecteur bij de IGZ, nog een collega verpleegkundig teamleider van mij op afdeling neurologie. Hij heeft daarna tal van werkzaamheden verricht in den lande en ik ben in Tiel blijven hangen.

In 2003 was er een vacature voor een tweede deskundige infectiepreventie binnen het ziekenhuis (Ziekenhuis Rivierenland te Tiel). Ik was er aan toe om het vak weer op te pakken en werd aangenomen. Nadat ik voldeed aan de gestelde criteria om in het inmiddels gerealiseerde kwaliteitsregister te worden opgenomen, was ik weer deskundige infectiepreventie en ben dat nu nog steeds. Het beroep had inmiddels een flinke ontwikkeling doorgemaakt. De knipselkrant van de VHIG was vervangen door een nieuwsbrief via e-mail en website en de richtlijnen van de WIP waren vrij te downloaden. Landelijke infectieregistratie begon vorm te krijgen door de introductie van zogenaamde ‘doorbraakprojecten’ van het CBO. Die projecten werkten ook al met wat nu bundelitems worden genoemd.

Voorzitter VHIG:
En nu is het 2017 en ben ik al bijna een jaar voorzitter van de VHIG. Ik wilde na mijn Master Zorgmanagement graag ook op landelijk niveau actief zijn en daarbij in mijn beroep blijven werken. Tot nu toe maakt het voorzitterschap mijn verwachtingen waar. De start werd beperkt door de weinige bestuursleden, maar dat maakt dat je in een snel tempo oppakt, wat er allemaal speelt en hoe de vereniging normaliter functioneert. De medebestuursleden hebben me daar ook flink mee geholpen. Het is hard werken en soms behoorlijk ingewikkeld, maar ik vind het leuk en dan geeft hard werken ook weer veel energie. Bovendien zijn er dit jaar drie kandidaat bestuursleden die zich verkiesbaar gaan stellen!

VHIG op de kaart:
Hard werken voor de VHIG blijft voorlopig ook nodig. Leden vragen zich soms af of de VHIG wel goed op de kaart staat in het land. Nou, de VHIG staat goed op de kaart! In de afgelopen jaren is het de VHIG gelukt om deel te nemen aan het landelijke project van het ministerie van VWS om antibacteriële resistentie (ABR) tegen te gaan. Dat project loopt nog, maar heeft inmiddels gezorgd voor nog betere landelijke naamsbekendheid van de VHIG en het gegeven dat wij de expertise hebben op het gebied van hygiëne en infectiepreventie. Vele VHIG-leden hebben daaraan bijgedragen.

Uitdagingen:
Kortgeleden waren we met een kleine bestuursdelegatie op kennismakingsbezoek bij VILANS; kenniscentrum voor langdurige zorg. Aan dit bezoek werd direct een uitnodiging voor een bestuurlijk overleg gekoppeld. Beide gelukkig op een maandag, mijn vrije dag, dus tijd en mogelijkheid om daar op in te kunnen gaan zonder mij op mijn werk in allerlei bochten te moeten wringen. VILANS heeft ons nodig; zij hebben een flinke subsidie gekregen van VWS om hygiëne en infectiepreventie besef en gedrag in de ouderzorg te vergroten. Ze realiseren zich dat de VHIG daarin onmisbaar is (het helpt dat VILANS daar ook door ‘derden’ op is geattendeerd). Na afloop van het bestuurlijk overleg laat een aanwezige VWS vertegenwoordiger ons weten dat hij binnenkort contact met ons gaat opnemen. Hij vraagt zich af of wij nu vinden dat hygiëne en infectiepreventie goed genoeg op de kaart staat in het hele ABR verhaal. Daarnaast wil hij natuurlijk ook weten of zijn gegeven subsidie (aan VILANS) voldoende gaat opleveren. Het is goed om hierin betrokken te zijn, maar dat levert ook weer nieuwe uitdagingen op. We zijn momenteel niet heel veel werkzaam in of voor de ouderenzorg.

De WIP is demissionair doordat VWS niet per se vindt dat de regie en coördinerende functie van landelijke richtlijnen hygiëne en infectiepreventie bij de WIP hoeft te liggen. Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektenbestrijding (CIb) heeft de opdracht gekregen om een plan te maken hoe de huidige en toekomstige richtlijnen het best kunnen worden beheerd. Samen met de voorzitter van de NVMM en de voorzitter van de VIZ is de VHIG moedervereniging van de WIP en dus beraden we er ons gezamenlijk op hoe wij kunnen zorgen dat we ons ‘erfgoed’ niet zonder meer uit handen geven.

Een andere uitdaging die zich in mijn ogen steeds meer manifesteert is de vraag hoe we goed kunnen anticiperen op die groeiende belangstelling voor de VHIG. In ons werk als deskundige infectiepreventie wordt meer van ons gevraagd ook al doordat bij Raden van Besturen awareness groeiende is, dat hygiëne en infectiepreventie meer aandacht behoeft. Veel instellingen kampen met tekorten in de formatie. Een formatie die soms niet eens op een behoorlijk peil is, maar zelfs waar die dat wel is, wordt het moeilijker om vacatures in te vullen.

Tenslotte:
…moeten we ook blijven zorgen dat het eigen huis op orde blijft: het dagelijkse reilen en zeilen binnen de VHIG. De algemene leden vergadering staat weer voor de deur. Stukken hiervoor moeten bijtijds op de website staan. De kas moet op orde zijn etc. Gelukkig is de ALV gekoppeld aan het jaarlijkse tweedaagse VHIG congres. Een periode van hard werken voor de congrescommissie. Maar als het congres eenmaal daar is ook weer een moment voor alle leden om kennis op te doen, kennis te maken met standhouders en hun producten en te kunnen genieten van een goede en gezellige feestavond. 

Print Friendly, PDF & Email