Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) is een belangrijke infectiepreventie-maatregel. Hierdoor verkleint de kans dat tijdens werkzaamheden van een zorgprofessional micro-organismen worden overgedragen. In de richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen van de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) 1, 2, 3 , worden verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen beschreven, zoals het chirurgisch mondneusmasker en het ademhalingsbeschermingsmasker. Beide typen maskers worden gedragen over de neus en de mond, maar hebben toch een verschillend doel. Het chirurgisch mondneusmasker heeft als doel de patiënt en/of omgeving te beschermen tegen micro-organismen in/op druppels en druppelkernen van de drager, het ademhalingsbeschermings-masker biedt de drager bescherming tegen micro-organismen die vanuit omgeving worden ingeademd. Aan een deskundige infectiepreventie de taak de zorgprofessional te informeren over die verschillen, zodat de beschermende werking van de maskers optimaal kan worden benut.
De specifieke werking van de maskers zie je niet terug uit de getoonde preventiemaatregelen vanuit China in verband met het Coronavirus. Alle typen maskers, en de verschillende afwijkende manieren van dragen, kunnen soms in één beeld worden gevangen. Het lijkt erop dat velen niet weten waarvoor en waartegen de bescherming is gericht. Zulke beelden geven een totaal verkeerd signaal naar de wereld. Het lijkt zelfs of het niet uitmaakt of je, en wat voor masker je draagt.
Een van de criteria, die in Nederland door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) wordt getoetst is de regel: “De zorgprofessional kent de verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen, en weet wanneer en hoe ze worden gebruikt”.
Het is aan de deskundigen infectiepreventie, de zorgtaak op te pakken en aan zorgprofessionals uit te dragen, dat het wel degelijk uitmaakt welk masker moet worden gebruikt. 

Klik hier voor het gehele artikel

Print Friendly, PDF & Email